Week van de Euthanasie in teken van stapeling ouderdomsaandoeningen

De Week van de Euthanasie (10-16 februari) staat dit jaar in het teken van het onderwerp ‘stapeling van ouderdomsaandoeningen’. Een combinatie van aandoeningen zoals slecht zicht en gehoor, botontkalking, gewrichtsslijtage, evenwichtsproblemen en geheugenverlies kan leiden tot ondraaglijk en uitzichtloos lijden, waardoor euthanasie in sommige gevallen mogelijk wordt. Tijdens deze week worden verschillende activiteiten georganiseerd om aandacht te vragen voor dit thema. De campagne draagt de titel: ‘Het is genoeg. Wat als ouderdom je alles ontneemt?’

Volgens Fransien van ter Beek, bestuursvoorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), is euthanasie vanwege een stapeling van ouderdomsaandoeningen nog relatief onbekend. “Daarom richten we de Week van de Euthanasie dit jaar op dit onderwerp. Het is een minder bekende manier om regie over het levenseinde te behouden, en daar willen we meer bewustzijn over creëren.” Om meer duidelijkheid te geven, is er een uitlegvideo gemaakt over wat een stapeling van ouderdomsaandoeningen precies inhoudt.

In 2023 werd, volgens de Regionale Toetsingscommissies Euthanasie (RTE), 349 keer euthanasie verleend op basis van een verzoek dat voortkwam uit een stapeling van ouderdomsaandoeningen. Dit was slechts 4 procent van de in totaal 9.068 verleende euthanasieverzoeken in dat jaar. Opvallend is dat meer dan de helft van deze verzoeken (179 gevallen) werd uitgevoerd door Expertisecentrum Euthanasie, wat aantoont dat deze aanvragen vaak complex van aard zijn.

Van ter Beek benadrukt dat veel artsen en patiënten niet weten dat euthanasie op basis van ouderdomsaandoeningen mogelijk is. “Er ontstaat ook vaak verwarring in de terminologie. Mensen zeggen bijvoorbeeld dat ze ‘klaar met leven’ zijn of dat hun leven ‘voltooid’ is. Vaak gaat het dan feitelijk om ouderdomsaandoeningen, maar wordt niet de juiste onderbouwing gebruikt voor een euthanasieverzoek.”

De artsenfederatie KNMG erkende al in 2009 dat een combinatie van ouderdomsaandoeningen kan leiden tot ondraaglijk en uitzichtloos lijden, wat een noodzakelijke voorwaarde is voor een euthanasieverzoek. “Wanneer dit het geval is, is erg persoonlijk,” legt Van ter Beek uit. “Voor de één is het idee van aftakeling onverdraaglijk, terwijl een ander dit accepteert als een natuurlijk onderdeel van het ouder worden. Dit hangt vaak samen met iemands levensstijl en wat voor hen belangrijk was. Bijvoorbeeld: iemand die altijd graag muziek luisterde, zal meer moeite hebben met gehoorverlies dan iemand die liever leest, terwijl blindheid voor een boekenliefhebber juist zwaarder kan wegen. Het gaat om subjectief, persoonlijk lijden in de context van iemands levenservaring.”

‘Bewegen essentieel voor mentale gezondheid, ook voor meiden’

Uit onderzoek vanuit de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) blijkt dat het wereldwijd slecht gaat met de mentale gezondheid van meiden tussen de 11 en 16 jaar. Ze hebben veel last van slapeloosheid, hoofdpijn en depressiviteit. Oorzaken zijn onder andere de ervaren druk door schoolwerk, maar ook de gevolgen van elkaar minder fysiek zien tijdens de coronacrisis. Daarnaast weten we dat slechts 39 procent van de jongeren tussen de 12 en 17 jaar voldoen aan de beweegrichtlijnen. Regelmatig bewegen kan bijdragen aan verschillende aspecten van mentaal welbevinden, zoals plezier, geluksgevoelens en het omgaan met stress. 

Naast de welbekende fysieke voorbeelden heeft bewegen een positief effect op mentale gezondheid. Zo is bekend dat sport en bewegen zorgen voor verminderen of voorkomen van angstige en depressieve gevoelens. Daarbij zorgt bewegen voor een uitlaatklep en verbeterde stressregulatie. Ook is bekend dat sport en bewegen door sociale interactie, sociale steun en samen bewegen het mentale welbevinden een boost geeft. 

Deze effecten geven duidelijk aan wat het belang van bewegen is voor meiden tussen de 11 en 16 jaar. In vergelijking met jongens richt het beweeggedrag van meiden zich vaker op interactie en plezier hebben. Belangrijke beweegredenen voor meiden zijn daarom ‘gezelligheid’ en ‘samen sporten’ in plaats van het competitie-element. In het aanbieden van sport- en beweegactiviteiten voor meiden is het dus van groot belang om hier rekening mee te houden. 

Voor de meiden die veel druk ervaren door bijvoorbeeld schoolwerk is het dan ook essentieel dat zij kunnen (blijven) sporten en bewegen. Het helpt zowel hun mentale als fysieke gezondheid. Om aan te sluiten bij de leefwereld van meiden is het belangrijk om met ze in gesprek te gaan, hun motieven en belemmeringen te ontdekken en de sport- en beweegactiviteiten daarop af te stemmen. Ook is het voor meiden belangrijk dat ze zich veilig voelen in de activiteiten die worden georganiseerd.

Mantelzorg voor naaste met dementie minder zwaar in kleinschalige woonvorm

Mantelzorgers van mensen met dementie die in een kleinschalige woonvorm wonen, vinden hun zorgtaken minder zwaar dan mantelzorgers wiens naaste met dementie in een verpleeghuis woont. Dat terwijl ze meer taken moeten uitvoeren.

Dat blijkt uit een onderzoek dat bureau Ruigrok heeft uitgevoerd in opdracht van zorgorganisatie Dagelijks Leven, dat in heel Nederland kleinschalige woonhuizen heeft waar maximaal 22 mensen met dementie zelfstandig wonen. Van de ondervraagden wiens naaste bij Dagelijks Leven woont, vindt 82 procent de mantelzorg minder zwaar sinds de verhuizing. Bij mantelzorgers wiens naaste naar een verpleeghuis is verhuisd, is dat slechts 47 procent. Over het algemeen vindt ruim een kwart van de ondervraagden de mantelzorg voor mensen met dementie zwaar als die thuis wonen of in een verpleeghuis. Bij mantelzorgers in de kleinschalige woonvorm is dat een op de vijf.

Die uitkomst is opmerkelijk omdat mantelzorgers bij Dagelijks Leven juist meer taken uitvoeren dan mensen die thuis of in een verpleeghuis voor hun naaste zorgen. Ze helpen onder meer met financiën, afspraken, inkopen en overleggen met zorgverleners. Wel blijkt uit het onderzoek dat ze zich minder hoeven te bemoeien met zorg- en huishoudelijke taken. Daarom zijn ze minder tijd kwijt aan de mantelzorg, gemiddeld acht uur per week. Mensen die hun naaste thuis verzorgen zijn daar gemiddeld twaalf uur mee bezig, mensen van wie de naaste in een zorginstelling woont gemiddeld tien uur. “In een kleinschalige woonvorm kunnen mantelzorgers zich meer focussen op de leuke activiteiten en hebben ze meer rust om samen koffie te drinken en gezellig te kletsen. Voorheen kwam je vooral om de was te doen, te koken en dergelijke”, zegt woordvoerder Martijn Smouter van Dagelijks Leven.

Uit de individuele interviews, die naast het kwantitatieve onderzoek zijn gehouden, zijn volgens hem drie mogelijke verklaringen te trekken. Door het personeelstekort in verpleeghuizen moeten mantelzorgers vaker bijspringen. Ook ligt de focus in het verpleeghuis meer op zorg en minder op welzijn, waardoor de mantelzorger zich genoodzaakt voelt zelf voor persoonlijke aandacht en activiteiten te zorgen. Een derde verklaring is dat mantelzorgers met naasten in een verpleeghuis niet verwachten dat ze nog zo vaak bij moeten springen en in kleinschalige woonvormen wel. Daardoor voelt het zwaarder.

Uit het onderzoek blijkt ook dat 43 procent van de mantelzorgers in een zorginstelling en 35 procent van mantelzorgers bij Dagelijks Leven vinden dat het beter was geweest als hun naaste eerder was verhuisd. Dat duidt erop dat mensen met dementie te lang thuis blijven wonen. ,,Dat staat haaks op het huidige regeringsbeleid dat mensen zo lang mogelijk thuis wil laten wonen. Dit laat zien dat er dan grotere druk op de mantelzorgers komt”, zegt Smouter.

Dagelijks Leven opende onlangs haar honderdste huis. De zorgorganisatie biedt kleinschalige woonvormen waar mensen met dementie een eigen studio hebben, maar bij elkaar onder één dak wonen, terwijl er 24/7 zorg aanwezig is. Bewoners delen er hun eigen dag in en kunnen samen activiteiten doen. Het is volgens Smouter de enige landelijke particuliere aanbieder van dementiezorg in Nederland die zo betaalbaar is dat ook mensen met alleen AOW er kunnen wonen. De ondervraagde mantelzorgers waarderen vooral het thuisgevoel, het sociale karakter en het behoud van zelfstandigheid.